Tot het loon voor de loonbelasting behoort alles wat uit een dienstbetrekking wordt genoten, inclusief vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de dienstbetrekking. Onder dienstbetrekking wordt ook verstaan een vroegere dienstbetrekking.

De werkgever kan vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsbestanddelen. Voor als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen ter zake van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking geldt een gerichte vrijstelling, waardoor deze onbelast zijn.

Een werkgever had voor zijn personeel een reisverzekering gesloten. Een werknemer overleed in 2013 tijdens een dienstreis als gevolg van een incident tijdens die dienstreis. De jaarlijkse premie voor deze verzekering bedroeg € 500. De nabestaande ontving in 2017 een uitkering uit de reisverzekering van € 266.250 bruto. De vraag was of op deze uitkering terecht loonbelasting is ingehouden. Dat is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de premie voor de reisverzekering als een vrije verstrekking volgens de oude wettelijke regeling of als een gerichte vrijstelling kan worden aangemerkt. Is het antwoord op deze vraag bevestigend, dan is de uitkering onbelast.

In 2013 was het nog mogelijk om op vergoedingen en verstrekkingen niet de werkkostenregeling toe te passen, maar de oude systematiek. Volgens de oude regeling behoren vrije verstrekkingen niet tot het loon. Onder de werkkostenregeling kunnen bepaalde verstrekkingen ter zake van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking vallen onder een gerichte vrijstelling. De rechtbank was van oordeel dat de nabestaande niet aannemelijk heeft gemaakt dat de werkgever in 2013 met toepassing van de overgangsregeling de oude regeling hanteerde en ging uit van toepassing van de werkkostenregeling.

De rechtbank deelde de opvatting van de nabestaande dat de verstrekking van de verzekering een verstrekking vormt ter zake van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking. Gezien de hoogte van de premie overtrof de verstrekking van de verzekering niet in belangrijke mate hetgeen gebruikelijk is. Aannemelijk was dat de verzekering naar haar aard deel uitmaakte van de arbeidsvoorwaarden. De betaalde premie voor de verzekering is niet in de loonheffing betrokken. Volgens het sinds 2020 gevoerde beleid van de Belastingdienst wordt ervan uitgegaan dat verstrekkingen als gerichte vrijstelling en daarmee als eindheffingsloon zijn aangewezen wanneer de werkgever voldoet aan de voorwaarden en grensbedragen voor de betreffende gerichte vrijstelling. De rechtbank vond aannemelijk dat in 2013 sprake was van een gerichte vrijstelling.

Volgens de rechtbank vormt de overlijdensuitkering in 2017 geen loon. Dat de verzekeraar daarop loonheffingen heeft ingehouden vindt de rechtbank niet van belang. Niet is uitgesloten namelijk dat de verzekeraar niet op de hoogte was van de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel.

Lees verder