Nota van wijziging Overige fiscale maatregelen 2022

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging betreffende het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2022 ingediend. De nota bevat enkele wijzigingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet bronbelasting 2021.

Vennootschapsbelasting
De Hoge Raad heeft onlangs nadere uitleg gegeven over de samenloop tussen de verliesverrekeningsregels en het fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting. De uitleg kan ertoe leiden dat houdster- en groepsfinancieringsverliezen verrekend kunnen worden met niet-houdster- en groepsfinancieringswinsten met mogelijk een aanzienlijke budgettaire derving. Daarom wordt voorgesteld om voornoemd arrest te repareren.

Volgens de tot 1 januari 2019 bestaande houdsterverliesregeling zijn houdsterverliezen alleen verrekenbaar met houdsterwinsten. Voor op 1 januari 2019 nog niet verrekende houdsterverliezen geldt overgangsrecht waardoor deze verliezen slechts verrekenbaar blijven met houdsterwinsten.

Per 1 januari 2022 wijzigt de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. Daardoor worden ook de dan nog bestaande houdsterverliezen onbeperkt voorwaarts in de tijd verrekenbaar. Voor de verrekening van verliezen binnen de fiscale eenheid geldt dat de verliezen die door een maatschappij zijn geleden vóór de opname in de fiscale eenheid in beginsel slechts verrekend kunnen worden met winst van de fiscale eenheid voor zover die winst aan die maatschappij is toe te rekenen. De aan een dochtermaatschappij, die vanaf de oprichting in de fiscale eenheid is opgenomen, toe te rekenen winsten worden aangemerkt als winsten van de maatschappij die deze dochtermaatschappij heeft opgericht. Volgens de Hoge Raad kan de (houdster)maatschappij die de dochtermaatschappij heeft opgericht haar voorvoegingshoudsterverliezen verrekenen met als haar winst aangemerkte niet-houdsterwinst van deze dochtermaatschappij. Deze uitleg houdt geen rekening met doel en strekking van de houdsterverliesregeling.

Voorgesteld wordt nu dat als winst van een bij oprichting gevoegde dochtermaatschappij wordt aangemerkt als winst van een maatschappij en die maatschappij verliezen heeft waarop de houdsterverliesregeling van toepassing is, de werkzaamheden en het vermogen van die dochtermaatschappij worden aangemerkt als werkzaamheden en vermogen van de (houdster)maatschappij die deze dochtermaatschappij heeft opgericht naar rato van haar kapitaalinbreng. Hiermee wordt de uitleg zoals de Belastingdienst die voorheen hanteerde per 1 januari 2022 in de wet vastgelegd.

Wet bronbelasting 2021
Het begrip vaste inrichting in Nederland voor toepassing van de bronbelasting wordt per 1 januari 2022 aangepast. Hierdoor wordt ook bronbelasting geheven over rente- en royaltybetalingen, voor zover deze toerekenbaar zijn aan specifieke Nederlandse bronnen, zoals in Nederland gelegen onroerende zaken.

Hybride lichamen zijn niet langer belastingplichtig voor de bronbelasting als niet ten minste één van de achterliggende gerechtigden een kwalificerend belang heeft in het hybride lichaam. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 januari 2021.