Geen recht op uitbreiding arbeidsduur

In de Wet flexibel werken (Wfw) is bepaald dat een werkgever een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijd moet inwilligen, tenzij er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn die zich tegen de aanpassing verzetten. Een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijd moet de werknemer ten minste twee maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing schriftelijk indienen. Zwaarwegende belangen kunnen zijn het ontbreken van voldoende werk en een niet toereikende formatieruimte of personeelsbegroting.

In een cao kan worden afgeweken van de bepalingen in de Wfw ten aanzien van vermeerdering van de arbeidsduur of aanpassing van de arbeidsplaats of de werktijd.

Door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren per 1 januari 2020 zijn bestaande rechtspositieregelingen voor rijksambtenaren omgezet in de cao Rijk 2020. In deze cao is een afwijking van de bepalingen van de Wfw opgenomen. Een verzoek om uitbreiding van de arbeidsduur tot maximaal gemiddeld 40 uur per week wordt op grond van de cao toegewezen, tenzij de bedrijfsvoering daardoor wordt verstoord. Voor andere aanpassingen van de arbeidsduur gelden de wettelijke bepalingen.

Volgens de kantonrechter moet op grond van de cao Rijk 2020 bij de beoordeling van een verzoek om uitbreiding van de arbeidsduur niet gekeken worden naar formatieruimte binnen de gehele Rijksoverheid of de dienst waarvoor een ambtenaar werkt, maar naar zijn afdeling en functiegroep. Een vermeerdering van de arbeidsduur is alleen mogelijk binnen de eigen functie of binnen de tot zijn functie behorende werkzaamheden. Het bestaan van een vacature in een vergelijkbare functie geeft geen recht op urenuitbreiding. Van de werkgever kan niet worden verlangd dat de vrijgevallen uren worden opgeknipt om een verzoek om urenuitbreiding in te willigen. In dit verband is voorts nog van belang dat, zoals werkgever stelt, eventuele vrijgevallen uren moeten passen binnen de werkzaamheden van werknemer.

Volgens de kantonrechter stelt de Wfw strengere eisen aan een afwijzing van een verzoek om urenuitbreiding dan de cao Rijk. Een enkele verstoring van de bedrijfsvoering is voldoende waar onder de Wfw zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen vereist zijn. Het ontbreken van formatieruimte is voldoende om een verzoek om urenuitbreiding af te wijzen wegens een verstoring van de bedrijfsvoering. De kantonrechter heeft de vordering van een ambtenaar om uitbreiding van zijn arbeidsduur afgewezen.